23.2.10

De koorddanseres


Het is bijna zeven uur en al donker. Ze staat geparkeerd naast een rode bestelwagen. Witte letters vormen het logo van een frisdrankmerk. Vette druppels plensen op haar wagen. Tok-tok-tok. Haar auto moet dringend gepoetst worden. Overal vuil en rommel. Ze verveelt zich onrustig. Ze wacht. Ze heeft nog bergen werk, moet haar bureau opruimen, een bad nemen en op tijd in bed geraken. Geen haan die er om kraait. Ze voelt zich eenzaam.

Het is bijna zeven uur en net donker. Ze parkeert naast een rood autootje. Witte letters vormen vrolijk een frisdrankmerk. Duizend druppels tikken op haar wagen. Pling-pleng-plong. Haar auto ligt vol kindersporen. Voetafdrukjes tegen de achterkant van de zetels. Een druppel mayonaise van de frietstop van gisteren. Want er had er eentje zo'n goesting in frietjes. Tekeningen op het dashboard met moeizaam gestifte hoofdlettertjes. Ze wacht tien minuten. Het werk moet even wachten omdat zij wacht. Haar bureau zal ze later wel opruimen. Een nat maar blij voetballertje stapt in. Ze vertrekken. Ze stopt hem in bad en zijn kleren in de wasmachine. Drie uren later neemt ze zelf een bad. Met meer schuim dan nodig. Ze föhnt heur haar en schenkt een glas wijn in. De stilte doet haar goed. Ze geraakt niet op tijd in bed maar slaapt extra diep. In haar eentje maar nooit alleen.

17.2.10

Ik ben bij een vrouw geweest


Ik ben bij een vrouw geweest. Op bezoek. Ze is even oud als mijn moeder en tegelijk even jong. Het was meer dan vijf jaar geleden dat ik haar zag. Toen was ze nog niet op pensioen. Ze was tien jaar mijn collega en vriendin. Elk jaar was ik me ervan bewust dat ze op een dag zou vertrekken. Dat er op het werk een speech zou komen om haar te bedanken voor de bewezen diensten. Met een lach en een traan. De geladenheid van het afscheid zou verdoezeld worden met grapjes en opgeviste herinneringen. Bloemen, kaartjes en een geschenk van de baas. Ik wist dat ik die dag zou huilen.
Ik had nooit gedacht dat ik eerder dan haar zou vertrekken. Zonder plechtig afscheid. Want mijn vertrek was geen logisch gevolg van het verstrijken der tijd. Mijn leven was drastisch veranderd en ik verhuisde naar de andere kant van het land. Klaar voor een nieuw avontuur. Toen ze drie jaar geleden stopte met werken, is dat aan mij voorbij gegaan. Geen tranen in mijn ogen.
We zouden elkaar opzoeken maar je weet hoe dat gaat. Drukke agenda’s vol verplichtingen en grote afstanden. Meer is er niet nodig om welgemeende voornemens te laten oplossen in het niets. Kaartjes rond Nieuwjaar. Tekentjes van leven. Uit het oog maar niet uit het hart.
Maar vandaag ben ik dus bij haar geweest. Ik keek er echt naar uit. Nochtans stond niets spectaculairs op het programma. Wat praten over vroeger en nu bij een kopje koffie. Een wandeling met haar hond. Net zoals vroeger.
Haar naam is van geen belang maar als ik hem hoor, tovert hij een glimlach op mijn gezicht.

7.2.10

Geheugenwinst


Hij zat met opgetrokken schouders op een bank in het park voor zich uit te staren. De bank gaf zicht op de eenden in en rond de kleine eivormige vijver van het stadspark. Hij keek dwars door de watervogels heen en ik vermoed dat hij hun gekwaak niet hoorde. Zijn aanwezigheid op dit vroege uur op deze plek en zijn ongeschoren gezicht strookten niet met zijn frisse haarsnit en fatsoenlijke klederdracht.
Na ettelijke rondjes lopen, haalden de vraagtekens in mijn hoofd de bovenhand. Achteloos hield ik halt bij zijn bank. Ik mompelde goedemorgen, zwierde een been op de leuning en begon me te rekken. "Fris, hé, zo 's ochtends vroeg?" begon ik. Geen reactie. Hij keek niet eens mijn kant op. Ik huppelde een tijdje ter plaatse en ademde fel uit. Ffffffff. Schouders draaien. Wervelkolom rekken. Ik ging op de bank zitten, verstrengelde mijn vingers alsof ik zou bidden, strekte mijn armen omhoog en boog mijn bovenlichaam naar voren, borstkas tegen de dijen. Rug verlengen.

"Gaat het een beetje?" vroeg ik.
De man antwoordde: "Ik hoop dat ik dit slechts droom, dat het niet echt is."
"Hoezo? Wat is er gebeurd?"
"Eergisteren kwam ik thuis van mijn werk. Ik parkeerde voor mijn deur.... Alleen, het was mijn deur niet meer. Mijn huis was weg. Er stond een ander huis. Ik belde aan met mijn identiteitskaart in de hand. Hier woon ik, zei ik tegen de oude vrouw die angstvallig opende. Kijk maar, hier staat het op mijn pas! Waar is mijn huis? Ze hebben mijn huis weggedaan! De vrouw wou de politie waarschuwen als ik niet gauw maakte dat ik weg was, dus droop ik af."

Ik vond het een vreemd verhaal maar probeerde dat niet te laten merken en vroeg wat hij toen gedaan had.

"Het angstzweet brak me uit. Waar was mijn vrouw? Ik probeerde haar te telefoneren maar een stem zei dat ik verbonden was met het antwoordapparaat van ene Steven Gossiaux. Nog nooit van gehoord. Ik belde naar haar ouders en kreeg te horen dat ze mij niet kenden en dat ze vroeger inderdaad een dochter hadden die Suzanne heette maar dat ze op vijfjarige leeftijd verongelukt was. Bovendien schold de man mij de huid vol aangezien hij het luguber en ongepast vond dat een flauwe plezante 32 jaar na het overlijden belde voor hun dode dochter."

Ik geloofde hem ondanks de ongeloofwaardigheid. Hij vertelde verder.

"Waar waren de kinderen? Vier kinderen hebben we. Een zoon en drie dochters. Vier blonde, guitige rakkertjes. Altijd goed gezind en boordevol energie. Het was al uren na schooltijd dus daar konden ze niet zijn maar ik had het telefoonnummer van hun schooljuffen. Ik belde juf Iris en stelde me voor als de papa van Noah. Dit moet een vergissing zijn, zei ze. Want er zat geen Noah in haar klas. Noah, Noah Dekimpe, trilde mijn stem door mijn mobieltje. Mijn hele lijf beefde van de angst. Mijnheer, ik weet niet wie u bent en wat uw bedoelingen zijn, maar ik ga dit melden bij de politie... Gelijkaardige scènes toen ik de juffen van mijn andere kindjes belde."

Ik slikte even en wist niet wat zeggen. Hij nam zijn portefeuille, opende hem met verkleumde vingers en haalde een foto uit. Ik zag vier bloedjes van kindjes, zo mooi als cherubijntjes. Mijn hart brak.
"Van de schoolfotograaf. Drie maanden geleden. Ik heb me nog nooit zo ellendig gevoeld. Alles ben ik kwijt. Mijn huis en mijn gezin."

Ik voelde een diep medelijden met de man en vertelde hem niet dat het ergste nog moest komen. Na het ongeloof en de schok zou de ondraaglijkheid van het alleen verder leven komen met een gemis dat pijnlijker zou zijn dan de wreedste marteling.

4.2.10

Deze bossen ademen slechtheid uit

Ik kan er niets aan doen. Het ligt aan opvoeding noch omgevingsinvloeden. Ik ben zo geboren. Het is één van mijn eigenschappen die mijn omgeving klasseert onder de noemer mannelijk. Dit klopt gedeeltelijk. In mijn IT-handtas bevinden zich naast mijn etuitje met make-up tevens allerlei kabeltjes en USB-sticks. Nochtans voel ik mij altijd vrouw. Achter mijn computers, wanneer ik me feilloos oriënteer zonder hulpmiddelen en in mijn voorliefde voor science fiction, fantasy en dus ook metal.
Niet alles van het genre kan mij bekoren en er zit geen echte logica in. Zo draag ik stoner metal van Karma To Burn en Monster Magnet hoog in het vaandel met pluspunt dat het laagdrempelig is. Geschikt voor psychedelische gemoedstoestanden. Maar ik hou helemaal niet van pakweg Cradle Of Filth (black metal) en dingen à la Marilyn Manson.
Heavy metal uit de jaren 80 vond ik toen al fout maar ere wie ere toekomt, Iron Maiden wijdde me als twaalfjarige in. Ik herinner me nog als gisteren hoe ik in het eerste middelbaar van de meisjesschool met blauwe uniformpjes, aangetrokken werd door de posters van Eddy in de platenwinkel in ’t stad. Ik kende niets van muziek maar wist wel dat Prince, Madonna en Michael Jackson mij niet konden bekoren.
Met mijn zakgeld kocht ik mijn allereerste plaat ooit. Een dubbel live album van Iron Maiden. Life After Dead. Al snel kende ik hem van buiten en begon allerlei ander materiaal in de stadsbibliotheek te ontlenen. Want, inderdaad jongelui, zo ging dat vroeger in mijn tijd. CD’s bestonden nog niet. (Leve het internet! Leve mp3’s! Awoert cassettebandjes!)
Snel daarna opende Slayer voor mij zijn poorten van de trash metal. Ik stapte blij binnen om nooit meer terug te keren. Mijn huiswerk en examens bereidde ik altijd voor met hun muziek. Op het examen wiskunde presteerde ik goed terwijl mijn hoofd als een bandrecordje hun nummers afdraaide.
Meer dan 20 jaar later ontdekte ik New Moon van de Finse doom metal band Swallow The Sun. Een revelatie. Want laten we eerlijk zijn: er zit heel wat crap in deze genres. Maar af en toe kan je een pareltje vinden. Finesse is een zeldzaamheid en moet gekoesterd worden. Besteld en gekocht op CD bij JJ Records. Ik bied je alvast het openingsnummer aan.


1.2.10

Monday morning blues

Half acht en nog geen uur wakker. Gepakt en gezakt trok ik mijn laptop trolley door de sneeuw op het perron. De geautomatiseerde handelingen van tientallen pendelaars waren gericht op het aanschuiven, snel instappen en voetje voor voetje doorschuifelen om een zitplaatsje te bemachtigen in de bijna volle wagons. Gemakkelijk uit te voeren algoritmes. Perfect programmeerbaar. Ik probeerde niemands knieën te raken met mijn harde koffertjes en bereikte een vrij plaatsje. 
Om de smalle doorgang en de instapprocedures niet te belemmeren, hief ik in één kordate beweging mijn trolley de hoogte in. Wat ben ik sterk, dacht ik. Ik plaatste hem op het bagagerek. In de zetel zat een jonge man half liggend te slapen. Een niet ongewoon tafereel op de ochtendtrein. Zijn treinkaart stond rechtop in de ventilatiegleuf van het venster. Klaar voor controle. Tous les réseaux, las ik naast zijn pasfoto. Ik ging naast hem zitten.
Dan zag ik het gebeuren. De wet van de zwaartekracht gecombineerd met variabele temperatuur en vaste stof die vloeistof werd. De ondertussen gesmolten sneeuw aan de wielen van mijn koffer op het bagagerek begon te druppelen. Plens. Een natte kring op zijn jeans. Ik schrok. Hij ontwaakte. Ce n’est pas grave, mompelde hij en sliep verder. 
Ik had toen moeten ingrijpen. Ik had toen moeten weten dat het niet zou ophouden bij die kleine hoeveelheid vocht. Onder mijn trolley had zich een plasje gevormd dat druppels bleef lekken. Bijgevolg zette ik mijn bagage alsnog in de doorgang, nam een zakdoekje en veegde het rek droog. 
In zijn slaap wreef zijn hand over de natte plekjes op zijn dijbenen. Ik schaamde mij diep en koos een andere zitplaats in de wagon toen de eerste lading reizigers in Brussel uitstapte. Twee haltes verder zag ik hem ontwaken en nogmaals over zijn broek wrijven. Hij moest uitstappen. Mijn ogen waren gefixeerd op zijn natte jeans. Hem aankijken durfde ik niet. Dat hij maar snel weg was... 
Onverwacht kwam hij naar me toe en wou me iets geven. C’est à vous. Vous avez oublié votre iPhone. Heel even voelde ik mij als een dametje dat per ongeluk haar zakdoek had laten vallen opdat het heerschap hem zou oprapen en fatsoenlijk aanbieden. C’est à cause du neige. Sur le quai, stotterde ik. Hij glimlachte en ging verder.