14.8.10

Op consultatie

Ik was stommelings gevallen en had daarbij mijn linkerknie verwond. Niets bijzonders en het zou wel proper genezen doch na enkele dagen was mijn scharnier ontstoken en drupte er etter uit.
Google adviseerde me slechts één geneesheer binnen de perimeter van 15 km dus met hem moest ik het doen.
Dr. Atanas Banulescu was een ichiater en praktiseerde de modernste geneeswijzen in combinatie met oude Oosterse technieken. In de wachtzaal zaten buiten mezelf en een moeder met baby niemand anders. Dat zou snel vooruit gaan. De baby had orenkoorts, zei de vrouw samenzweerderig maar bezorgd.
De geneesheer zwierde de deur van zijn kabinet open en ontbood mij. Toen ik op de onderzoekstafel lag, sloeg hij net boven mijn ontstoken knie een paar handcimbalen tegen elkaar. Hij herhaalde dit een tiental maal om de vuiligheid af te schrikken en te verdrijven. Toen legde hij een xylofoon op mijn bovenbeen. De vibraties en klanken versterkten het genezingsproces. Ter ontsmetting gebruikte dr. Banulescu Chanel N°5.
De richting van het verband mocht ik kiezen: lateraal of dwars. Op het einde van de consultatie kreeg ik een voorschrift voor zebramelk mee. Zo warm mogelijk drinken om de geneeskrachtige enzymen hun werk optimaal te laten verrichten.
Toen ik opstond, verzocht hij me morgen terug te komen. Want, verzekerde hij me, uw elleboog zal dan gebroken zijn. Ik bedankte hem en zei: tot morgen dan.

4.8.10

Het feest van Trimalchio

"Hoe kan je dit nu doen en op de koop toe leuk vinden?" vroeg ik ontzet.
Hij zoog aan zijn sigaret en blies de rook weg. "Het is helemaal niet moeilijk," antwoordde hij. "Je moet het gewoon doen. Selecteer op eender welk sociaal netwerk een vrouw met aantrekkelijke profielfoto's. Geen artificiële babe. Een mooie, leuke vrouw. Benader haar met geveinsde interesse. Hang de gentleman uit maar nooit de macho. Zo'n vrouw haakt af bij macho's. Ze valt op intelligente kerels die niet te beroerd zijn om over emoties en andere metro-man bullshit te communiceren.
Geef haar de indruk dat je op haar zit te wachten. Ze zal zich aanvankelijk sterk voelen en de boot afhouden. Gecharmeerd door je zachtaardige kant zal ze uiteindelijk willen afspreken. Maak nooit een afspraak om iets te gaan drinken of eten. Veel te triviaal. Stel voor om bij haar te komen koken. Dat kan altijd. Nog beter is om hulp aan te bieden bij een aanknopingspunt. Leert ze gitaar spelen, bied haar aan om enkele akkoorden te leren.
Het is vooral belangrijk dat je een groot inlevingsvermogen hebt en dat je haar ritme volgt. Niets forceren. Zodra je voelt dat ze onder de indruk van je hele persoon is, neem je gas terug. Misschien zegt ze je letterlijk dat je geweldig bent. Stilletjes aan neem je minder initiatief om contact te leggen. Laat haar zien dat je online bent, maar begin niet meer zelf te chatten. Antwoord minstens pas een dag later op haar sms'jes. Ze zal zich niet meer lang de sterkste voelen.
Spreek een tweede of desnoods een derde maal af. Bewaar afstand. Letterlijk en figuurlijk maar maak plezier. Breng haar aan het lachen. Na een paar uur kan je haar eventueel zoenen. Als dat nodig is. Neem echter nooit haar hand vast. Je wil niet de indruk wekken dat je een relatie zoekt. Breng haar naar huis. Ze zal je zeker vragen om binnen te komen. Dan komt het er op aan om er geen gras meer over te laten groeien. Neem haar in de zetel, de keuken of in haar bed. Verzin een smoes waarom je niet kan blijven slapen en vertrek zodra je haar hebt binnen gedaan. Laat nooit meer iets van je horen. De tijd zal haar duidelijk maken dat ze lelijk gefopt is. Dat ze helemaal niet bijzonder was maar slechts één van de duizenden anderen die je al neukte."
Hij lachte gretig en vervolgde zijn sappig betoog: "En dan begin je weer helemaal van vooraf aan met de volgende. Allemaal hoeren. Allemaal."

28.7.10

Alles wat ik niet kan zien



I feel you all around me
you are everything i cannot see
as the ocean crawls onto the shoreline
so you lap at the edges of me

and now, as i'm walking
i know that you're watching me move
for as much as i need you
i must walk away from you

you're my life, you're my hope
you're the chain, you're the rope
you're my god, you're my hell
you're the sky, you're myself
you're the reason i'm living
you're all that i have to discover

you're the rain, you're the stars
you're so near, you're so far
you're my friend, you're my foe
you're the miles left to go
you are everything i ever wanted
and you are my lover

so i carry i carry the flowers
the flowers that are dead in my hands
they will rise up at the very sight of you
they will naturally understand
that today is the day
that we find out once and for all
now you know i must leave here
you must let me stand or fall

you're my life, you're my hope
you're the chain, you're the rope
you're my god, you're my hell
you're the sky, you're myself
you're the reason i'm living
you're all that i have to discover

you're the rain, you're the stars
you're so near, you're so far
you're my friend, you're my foe
you're the miles left to go
you are everything i ever wanted
and you are my lover

if i leave will you follow can i put my faith in you

you're my life, you're my hope
you're the chain, you're the rope
you're my god, you're my hell


you're the sky, you're myself
you're the reason i'm living
you're all that i have to discover

you're the rain, you're the stars
you're so near, you're so far
you're my friend, you're my foe
you're the miles left to go
you are everything i ever wanted
and you are my lover

and i love you now
as i loved you then
but this island life
just had to end
but you will allways be
my special friend
i will carry you with me
and we can love again

now the drizzle
soaks us to the skin
and the stars hang like a noose
so let's face this together
now this storm is finally through

you're my life, you're my hope
you're the chain, you're the rope
you're my god, you're my hell
you're the sky, you're myself
you're the reason i'm living
you're all that i have to discover

you're the rain, you're the stars
you're so near, you're so far
you're my friend, you're my foe
you're the miles left to go
you are everything i ever wanted
and you are my lover

29.6.10

Gemakkelijke pompoentaart in 10 stappen


Als je nog pompoenblokjes van vorige herfst in je diepvrieser hebt, is deze groententaart snel gemaakt.

Wat heb je nodig?
  • 1 rol blader- of kruimeldeeg
  • 600 gram pompoen
  • 200 gram feta
  • 100 gram gemalen kaas
  • 3 eieren
  • 3 sjalotten
  • plakjes tomaat
  • verse munt en tijm
  • scheut olijfolie
Werkwijze:
  1. Fruit de in ringen gesneden sjalotten in een beetje olie.
  2. Verkruimel de feta in een grote kom en voeg de pompoenblokjes, eieren, munt, tijm en peper toe.
  3. Overgiet met een scheut olijfolie en roer even.
  4. Voeg de sjalot toe.
  5. Mix het mengsel grof.
  6. Roer er de gemalen kaas door maar houd nog wat opzij om de taart straks te bestrooien.
  7. Verdeel het mengsel over het deeg.
  8. Dep de schijfjes tomaat droog met keukenrol en leg ze op de taart.
  9. Verdeel de rest van de kaas over de taart.
  10. Bak 40 minuten op 200°C in een voorverwarmde oven.
Klaar is Kees! Ook lekker om koud te eten.

17.6.10

Het ochtendgloren

Ik open mijn dakvenster en zie overal druppels in mijn groene zee. Aan het zilveren web dat een spin deze nacht onder mijn raam spon en nu als een accordeon uit elkaar getrokken wordt. Aan de bladeren van de lindebomen, de boomgaard en de 30 reusachtige buxusbollen, de lange grassprieten. Nochtans regent het niet. Het is de oude nacht die de jonge ochtend een sprei van parels en diamanten schonk. Vogels fluiten en brengen eten naar hun nesten.

Straks ga ik picknicken in het park. Ik zal mijn mooiste jurk en mijn rode schoenen aantrekken, mijn fonkelende ogen en volle lippen. We zullen pasta eten en champagne drinken, grapjes maken en anekdotes uit een ver verleden opvissen.

Ik laat de douche lopen, was mijn haren en zeep me in van kop tot teen. Het ontbijt sla ik voor één keer over. Mijn huid tintelt en ik heb geen honger. Het is tijd om te vertrekken.

Hij zal me in de ogen kijken en in tegenstelling tot de honderd keren ervoor zal ik niet weg kijken. Ik heb niets te verbergen, niets te verliezen maar ook niets te bieden. Dat zal hij zien en hij zal over iets onbenulligs beginnen om de aandacht te heroriënteren.

Daarna zal ik naar huis gaan, de schapen aaien en de ganzen voederen. De kippen hun eieren ontvreemden en de overblijfselen van de katten hun prooien verwijderen. Ik zal brandnetels plukken voor thee en soep, rabarbertaart bakken en invriezen. Ik zal me in de divan nestelen, op mijn Nintendo spelen tot het donker wordt en moe maar tevreden mijn bed opzoeken.

10.6.10

Balen

Vandaag zit het niet mee. Terwijl ik dit vaststel, staat een grote bonte specht vliegensvlug zijn bek in het gazon te klopboren. Waarom hij dat elke ochtend doet, zal mij worst wezen. Gewoonten leer je niet snel af. Het zou 21 dagen van een mens vergen. Bij vogels een jaar of 21.
Het gaat niet vooruit zo zonder koffie. Toch weiger ik hardnekkig het zwarte spul nog binnen te kappen, te degusteren en alles wat zich daar tussen bevindt.  Ongeveer 6 jaar heeft het me gekost om met koffie te stoppen. Twijfelen en aarzelen tot ik er gek van word maar eens een beslissing valt, kom ik er zelden op terug. Koppigheid of volharding. Het is maar hoe je het bekijkt.
Nee, deze dag valt tegen. Het werk wil niet vlotten. Uit het hoofd delen door 45 wil maar niet lukken. Mijn gele markeerstift kleurt zwart van de inkt die uit mijn printer gespoten wordt. HP Photosmart all-in-one, mijn voeten. Brol, ja. Teleurstellende dossiers. De poetsvrouw die straks rochelend en hoestend in mijn weg komt lopen. De soundtrack van The Lion King die non-stop in mijn hoofd bonkt. Mijn telefoon die ik weiger op te nemen en de mailbox met een stoflaag. Iedereen mag de boom in vandaag.
Bovendien heb ik last van een muishond. Mijn poes is er bang van. Aanvankelijk verwarde ik hem met een rat, pakte mijn spade, sloeg erop maar hij was sterker en slimmer dan dat en koos het hazenpad. Google leerde me dat het geen rat was maar een wezel. Misschien beschermd in zijn soort. Eenduidige informatie hierover vinden, leidde me te ver weg van de hoofdzaak. Ja, ja, ik ken ze ondertussen al goed, de valkuilen van het wereldwijde web. Alsmaar doorklikken op hyperlinks, verblind door schijnbaar interessante informatie en plots kraaien de hanen, fluiten de vogeltjes en is de nacht verdwenen. Daar trap ik niet meer in. Grenzen stellen. Aan mezelf, omgeving, werk en de virtuele wereld. De touwtjes zelf in handen houden. Niet toelaten dat ik een radarwieltje van de machine word.
Ik ben moe. Zo zonder koffie.
Over de eenzaamheid zal ik het vandaag niet hebben. Morgen. Misschien. Ik twijfel nog.

18.3.10

Niet te koop

Ik heb een bijzonder aanbod. Je kan het niet kopen. Velen zullen het niet willen. Anderen willen het misschien, maar kunnen het nooit krijgen. Het is voor iemand die het echt graag wil hebben en aan wie ik het vol overtuiging geef. Want het is niet niets en ook niet zonder risico.
Ik houd het in mijn hand. Klaar om het te schenken.

16.3.10

Groen licht


Weet je waardoor ik telkens opnieuw een stroom van gelukzaligheid voel?
Als ik de voeding van mijn laptop losmaak en de stekker uittrek, blijft het groen lampje van de draad nog enkele seconden branden. Om daarna onverbiddelijk uit te doven. Als een laatste zucht.

4.3.10

Galileo

Elke dinsdagochtend wanneer ik mij te goed doe aan de yoga van mijn goeroe, spookt een zinnetje door mijn hoofd. Letters die kalligrafisch op handgeschept papier in een kader tegen de muur pronken. Het lijkt wel een mantra.
Je kunt de ander niets leren. Je kunt hem alleen helpen het in zichzelf te ontdekken.
Ik probeer het geluk te zien. Hoopvol. Ooit. Vandaag.

23.2.10

De koorddanseres


Het is bijna zeven uur en al donker. Ze staat geparkeerd naast een rode bestelwagen. Witte letters vormen het logo van een frisdrankmerk. Vette druppels plensen op haar wagen. Tok-tok-tok. Haar auto moet dringend gepoetst worden. Overal vuil en rommel. Ze verveelt zich onrustig. Ze wacht. Ze heeft nog bergen werk, moet haar bureau opruimen, een bad nemen en op tijd in bed geraken. Geen haan die er om kraait. Ze voelt zich eenzaam.

Het is bijna zeven uur en net donker. Ze parkeert naast een rood autootje. Witte letters vormen vrolijk een frisdrankmerk. Duizend druppels tikken op haar wagen. Pling-pleng-plong. Haar auto ligt vol kindersporen. Voetafdrukjes tegen de achterkant van de zetels. Een druppel mayonaise van de frietstop van gisteren. Want er had er eentje zo'n goesting in frietjes. Tekeningen op het dashboard met moeizaam gestifte hoofdlettertjes. Ze wacht tien minuten. Het werk moet even wachten omdat zij wacht. Haar bureau zal ze later wel opruimen. Een nat maar blij voetballertje stapt in. Ze vertrekken. Ze stopt hem in bad en zijn kleren in de wasmachine. Drie uren later neemt ze zelf een bad. Met meer schuim dan nodig. Ze föhnt heur haar en schenkt een glas wijn in. De stilte doet haar goed. Ze geraakt niet op tijd in bed maar slaapt extra diep. In haar eentje maar nooit alleen.

17.2.10

Ik ben bij een vrouw geweest


Ik ben bij een vrouw geweest. Op bezoek. Ze is even oud als mijn moeder en tegelijk even jong. Het was meer dan vijf jaar geleden dat ik haar zag. Toen was ze nog niet op pensioen. Ze was tien jaar mijn collega en vriendin. Elk jaar was ik me ervan bewust dat ze op een dag zou vertrekken. Dat er op het werk een speech zou komen om haar te bedanken voor de bewezen diensten. Met een lach en een traan. De geladenheid van het afscheid zou verdoezeld worden met grapjes en opgeviste herinneringen. Bloemen, kaartjes en een geschenk van de baas. Ik wist dat ik die dag zou huilen.
Ik had nooit gedacht dat ik eerder dan haar zou vertrekken. Zonder plechtig afscheid. Want mijn vertrek was geen logisch gevolg van het verstrijken der tijd. Mijn leven was drastisch veranderd en ik verhuisde naar de andere kant van het land. Klaar voor een nieuw avontuur. Toen ze drie jaar geleden stopte met werken, is dat aan mij voorbij gegaan. Geen tranen in mijn ogen.
We zouden elkaar opzoeken maar je weet hoe dat gaat. Drukke agenda’s vol verplichtingen en grote afstanden. Meer is er niet nodig om welgemeende voornemens te laten oplossen in het niets. Kaartjes rond Nieuwjaar. Tekentjes van leven. Uit het oog maar niet uit het hart.
Maar vandaag ben ik dus bij haar geweest. Ik keek er echt naar uit. Nochtans stond niets spectaculairs op het programma. Wat praten over vroeger en nu bij een kopje koffie. Een wandeling met haar hond. Net zoals vroeger.
Haar naam is van geen belang maar als ik hem hoor, tovert hij een glimlach op mijn gezicht.

7.2.10

Geheugenwinst


Hij zat met opgetrokken schouders op een bank in het park voor zich uit te staren. De bank gaf zicht op de eenden in en rond de kleine eivormige vijver van het stadspark. Hij keek dwars door de watervogels heen en ik vermoed dat hij hun gekwaak niet hoorde. Zijn aanwezigheid op dit vroege uur op deze plek en zijn ongeschoren gezicht strookten niet met zijn frisse haarsnit en fatsoenlijke klederdracht.
Na ettelijke rondjes lopen, haalden de vraagtekens in mijn hoofd de bovenhand. Achteloos hield ik halt bij zijn bank. Ik mompelde goedemorgen, zwierde een been op de leuning en begon me te rekken. "Fris, hé, zo 's ochtends vroeg?" begon ik. Geen reactie. Hij keek niet eens mijn kant op. Ik huppelde een tijdje ter plaatse en ademde fel uit. Ffffffff. Schouders draaien. Wervelkolom rekken. Ik ging op de bank zitten, verstrengelde mijn vingers alsof ik zou bidden, strekte mijn armen omhoog en boog mijn bovenlichaam naar voren, borstkas tegen de dijen. Rug verlengen.

"Gaat het een beetje?" vroeg ik.
De man antwoordde: "Ik hoop dat ik dit slechts droom, dat het niet echt is."
"Hoezo? Wat is er gebeurd?"
"Eergisteren kwam ik thuis van mijn werk. Ik parkeerde voor mijn deur.... Alleen, het was mijn deur niet meer. Mijn huis was weg. Er stond een ander huis. Ik belde aan met mijn identiteitskaart in de hand. Hier woon ik, zei ik tegen de oude vrouw die angstvallig opende. Kijk maar, hier staat het op mijn pas! Waar is mijn huis? Ze hebben mijn huis weggedaan! De vrouw wou de politie waarschuwen als ik niet gauw maakte dat ik weg was, dus droop ik af."

Ik vond het een vreemd verhaal maar probeerde dat niet te laten merken en vroeg wat hij toen gedaan had.

"Het angstzweet brak me uit. Waar was mijn vrouw? Ik probeerde haar te telefoneren maar een stem zei dat ik verbonden was met het antwoordapparaat van ene Steven Gossiaux. Nog nooit van gehoord. Ik belde naar haar ouders en kreeg te horen dat ze mij niet kenden en dat ze vroeger inderdaad een dochter hadden die Suzanne heette maar dat ze op vijfjarige leeftijd verongelukt was. Bovendien schold de man mij de huid vol aangezien hij het luguber en ongepast vond dat een flauwe plezante 32 jaar na het overlijden belde voor hun dode dochter."

Ik geloofde hem ondanks de ongeloofwaardigheid. Hij vertelde verder.

"Waar waren de kinderen? Vier kinderen hebben we. Een zoon en drie dochters. Vier blonde, guitige rakkertjes. Altijd goed gezind en boordevol energie. Het was al uren na schooltijd dus daar konden ze niet zijn maar ik had het telefoonnummer van hun schooljuffen. Ik belde juf Iris en stelde me voor als de papa van Noah. Dit moet een vergissing zijn, zei ze. Want er zat geen Noah in haar klas. Noah, Noah Dekimpe, trilde mijn stem door mijn mobieltje. Mijn hele lijf beefde van de angst. Mijnheer, ik weet niet wie u bent en wat uw bedoelingen zijn, maar ik ga dit melden bij de politie... Gelijkaardige scènes toen ik de juffen van mijn andere kindjes belde."

Ik slikte even en wist niet wat zeggen. Hij nam zijn portefeuille, opende hem met verkleumde vingers en haalde een foto uit. Ik zag vier bloedjes van kindjes, zo mooi als cherubijntjes. Mijn hart brak.
"Van de schoolfotograaf. Drie maanden geleden. Ik heb me nog nooit zo ellendig gevoeld. Alles ben ik kwijt. Mijn huis en mijn gezin."

Ik voelde een diep medelijden met de man en vertelde hem niet dat het ergste nog moest komen. Na het ongeloof en de schok zou de ondraaglijkheid van het alleen verder leven komen met een gemis dat pijnlijker zou zijn dan de wreedste marteling.

4.2.10

Deze bossen ademen slechtheid uit

Ik kan er niets aan doen. Het ligt aan opvoeding noch omgevingsinvloeden. Ik ben zo geboren. Het is één van mijn eigenschappen die mijn omgeving klasseert onder de noemer mannelijk. Dit klopt gedeeltelijk. In mijn IT-handtas bevinden zich naast mijn etuitje met make-up tevens allerlei kabeltjes en USB-sticks. Nochtans voel ik mij altijd vrouw. Achter mijn computers, wanneer ik me feilloos oriënteer zonder hulpmiddelen en in mijn voorliefde voor science fiction, fantasy en dus ook metal.
Niet alles van het genre kan mij bekoren en er zit geen echte logica in. Zo draag ik stoner metal van Karma To Burn en Monster Magnet hoog in het vaandel met pluspunt dat het laagdrempelig is. Geschikt voor psychedelische gemoedstoestanden. Maar ik hou helemaal niet van pakweg Cradle Of Filth (black metal) en dingen à la Marilyn Manson.
Heavy metal uit de jaren 80 vond ik toen al fout maar ere wie ere toekomt, Iron Maiden wijdde me als twaalfjarige in. Ik herinner me nog als gisteren hoe ik in het eerste middelbaar van de meisjesschool met blauwe uniformpjes, aangetrokken werd door de posters van Eddy in de platenwinkel in ’t stad. Ik kende niets van muziek maar wist wel dat Prince, Madonna en Michael Jackson mij niet konden bekoren.
Met mijn zakgeld kocht ik mijn allereerste plaat ooit. Een dubbel live album van Iron Maiden. Life After Dead. Al snel kende ik hem van buiten en begon allerlei ander materiaal in de stadsbibliotheek te ontlenen. Want, inderdaad jongelui, zo ging dat vroeger in mijn tijd. CD’s bestonden nog niet. (Leve het internet! Leve mp3’s! Awoert cassettebandjes!)
Snel daarna opende Slayer voor mij zijn poorten van de trash metal. Ik stapte blij binnen om nooit meer terug te keren. Mijn huiswerk en examens bereidde ik altijd voor met hun muziek. Op het examen wiskunde presteerde ik goed terwijl mijn hoofd als een bandrecordje hun nummers afdraaide.
Meer dan 20 jaar later ontdekte ik New Moon van de Finse doom metal band Swallow The Sun. Een revelatie. Want laten we eerlijk zijn: er zit heel wat crap in deze genres. Maar af en toe kan je een pareltje vinden. Finesse is een zeldzaamheid en moet gekoesterd worden. Besteld en gekocht op CD bij JJ Records. Ik bied je alvast het openingsnummer aan.


1.2.10

Monday morning blues

Half acht en nog geen uur wakker. Gepakt en gezakt trok ik mijn laptop trolley door de sneeuw op het perron. De geautomatiseerde handelingen van tientallen pendelaars waren gericht op het aanschuiven, snel instappen en voetje voor voetje doorschuifelen om een zitplaatsje te bemachtigen in de bijna volle wagons. Gemakkelijk uit te voeren algoritmes. Perfect programmeerbaar. Ik probeerde niemands knieën te raken met mijn harde koffertjes en bereikte een vrij plaatsje. 
Om de smalle doorgang en de instapprocedures niet te belemmeren, hief ik in één kordate beweging mijn trolley de hoogte in. Wat ben ik sterk, dacht ik. Ik plaatste hem op het bagagerek. In de zetel zat een jonge man half liggend te slapen. Een niet ongewoon tafereel op de ochtendtrein. Zijn treinkaart stond rechtop in de ventilatiegleuf van het venster. Klaar voor controle. Tous les réseaux, las ik naast zijn pasfoto. Ik ging naast hem zitten.
Dan zag ik het gebeuren. De wet van de zwaartekracht gecombineerd met variabele temperatuur en vaste stof die vloeistof werd. De ondertussen gesmolten sneeuw aan de wielen van mijn koffer op het bagagerek begon te druppelen. Plens. Een natte kring op zijn jeans. Ik schrok. Hij ontwaakte. Ce n’est pas grave, mompelde hij en sliep verder. 
Ik had toen moeten ingrijpen. Ik had toen moeten weten dat het niet zou ophouden bij die kleine hoeveelheid vocht. Onder mijn trolley had zich een plasje gevormd dat druppels bleef lekken. Bijgevolg zette ik mijn bagage alsnog in de doorgang, nam een zakdoekje en veegde het rek droog. 
In zijn slaap wreef zijn hand over de natte plekjes op zijn dijbenen. Ik schaamde mij diep en koos een andere zitplaats in de wagon toen de eerste lading reizigers in Brussel uitstapte. Twee haltes verder zag ik hem ontwaken en nogmaals over zijn broek wrijven. Hij moest uitstappen. Mijn ogen waren gefixeerd op zijn natte jeans. Hem aankijken durfde ik niet. Dat hij maar snel weg was... 
Onverwacht kwam hij naar me toe en wou me iets geven. C’est à vous. Vous avez oublié votre iPhone. Heel even voelde ik mij als een dametje dat per ongeluk haar zakdoek had laten vallen opdat het heerschap hem zou oprapen en fatsoenlijk aanbieden. C’est à cause du neige. Sur le quai, stotterde ik. Hij glimlachte en ging verder.

30.1.10

Le cage


Parijs, putje zomer. Stommelings opgesloten in het Musée National du Sport. Hoe lang zou het duren eer iemand mij mist, ongerust wordt en een zoekaktie op poten zet?
Door de muren hoor ik Massive Attack. Hey, hey, hey... Ik klop met mijn vuisten. Is daar iemand? Niemand?
Het is hier kil. Veel te fris voor mijn botten maar noodzakelijk om het proces van de vergankelijkheid der artefacten te vertragen. Zalen vol vergane glorie en onsterfelijke roem. Ooit levende kampioenen, nu namen en foto's in glazen kooien in een poep-chic museum.
Ik bekijk alles opnieuw en nogmaals tot ik niets nieuws meer ontdek. Ik zit op  een draaimolen en alle sportlieden wuiven en lachen. Hier zijn we! Kijk naar ons! Bewonder ons! Maar haal ons hier weg. We willen naar huis.
Angstzweet alarmeert me dat het nu echt tijd wordt. Time to move on. Time to go home. Een koud kunstje met de hedendaagse communicatietechnologie. Ik stuur een tekstberichtje naar Scotty. Beam me up. De kampioenen laat ik koelbloedig achter. Men kan niet altijd winnen.

28.1.10

Gedichtendag


Gedichtendag twintig-tien. Helaas kan ik u niets bieden, heb niets om over te dichten. Niets dan de leegte die het dichten niet waard is. 
De onopvulbare leemte en het grote gat. Niet gedicht door de massa water waarin ik kilometers zwem of de eindeloze uren die ik loop. Ik durf haar niet in de ogen kijken. 
De akelige leegte. Het niets dat mij omhelst, elk gevoel van geluk wegzuigt en me ijskoud achterlaat. Zoals de poes de merel op het terras. 
Morsdood te kijk gezet.
De alles verterende leegte en het gemis. Niet opgevuld door dubbele diensten te draaien of door onderdompeling in mensen en muziek. Ik huiver van haar. 
De eenzame leegte. Ze drijft me in het nauw, verlamt en versteent me.
Misschien moet ik haar verwelkomen. Omarmen. Koesteren. Het laat me koud.

25.1.10

Lichtjes

Ik wandelde in de schermerzone. Zomaar. Daar ontmoette ik jou. Ik knikte groetend. Wacht eens even, zei je in een nauwelijks verstaanbaar dialect. Ik ken jou, heb je al eens ontmoet. Waar was dat ook al weer? We hadden geen idee.
Jij ging op reis. Naar nergens en overal. Always on the road. Of ik niet mee wou gaan. Dat is goed, antwoordde ik en we stapten verder.

24.1.10

Why don't you blame me?

Om 02:05AM kom ik je ophalen. Want je bent al 3,666 dagen niet meer buiten gekomen. Doe iets. Spreek tegen iemand. Wind, regen, kou, allemaal uitvluchten. Ik breng je naar de dokter. In Brussel. Doctor Vinyl. Hij heeft zelfs platen van den Eddy. Echtig. Hef je luie kont op en dans. Dans!

Wat hij - Eddy niet, neen - toen uit zijn laptop te voorschijn haalde, was weliswaar de moeite waard om enkele uren uit mijn kot te komen. Luister even:

Why dont you (blame me) by Dawi

23.1.10

Zuchtjes in de wind



Hier ben ik dan.
Again.
Vraag me niet waarom.
Waar ik was.
Je leest het wel.
Misschien.
Misschien niet.
Het is niet erg.
Natuurlijk is het niet erg.
Iedereen is vergankelijk.
Vervangbaar.
Misbaar.
Vroeg of laat.
No escape.
Zandkorreltjes op het strand.
Waterdruppels in de douche.
Zuchtjes in de wind.
Soms keer je terug.
Soms beter.
Soms slechter.
Maar altijd anders.

20.1.10

Interferentie


De droogkast maakte klikkende draaiingen. De vlammen likten gretig aan het mirabellenhout. Mijn iPhone interfereerde gedurig met mijn 24" iMac en stuurde trillende geluidsgolven door de werkkamer. Teleurstellend. Het had niets met inkomende oproepen of tekstberichtjes van doen. Waarom belt hij niet? Op de koop toe liep de Facebook interface herhaaldelijk strop. Net nu ik besefte dat de achteloosheid waarmee ik ongegeneerd foto's had gepost mij zuur zou kunnen opbreken.

Niemand hoefde nog maar te vermoeden dat wij elkaar kenden. Laat staan een relatie hadden. Het kon hem zijn carrière kosten en ik slaagde er door oprispingen van de server niet in de gewraakte afbeeldingen te verwijderen. Damn. Mijn glanzend witte computer zoemde. Mijn gestroomlijnde muis klikte er op los in de tevergeefse lus supprimer-chargement-OOps: erreur-supprimer.
Hoe groot was de kans dat minstens 1 van mijn 6896 Facebook-friends de foto's zagen en erger nog, met cmd+shift+4 een screenshot namen? Tussen 1u14 en 1u19. Het tijdsbestek dat de foto's online stonden. De spannendste 5 minuten van alweer een somber en eentonig etmaal.

18.1.10

Den duivel

In dagen van slopende eenzaamheid placht ik wel eens een filmpje mee te pikken. Van Antichrist tot Avatar in 3D, ik heb ze de laatste maanden allemaal aanschouwd. Liefst in 't STUK. Pakken politiek correcter, gothic gezelliger en micro-economisch voordeliger dan zakkenroller Kinepolis.


Waar Avatar nog pijn deed aan mijn ogen en portemonnée, deerde Lars’ Antichrist mijn zuiver zieltje nauwelijks. Dat het ukje in de proloog jammerlijk verongelukte met een kettingreactie aan pijnlijke gevolgen, was uiteraard intriestig maar de film is in de eerst plaats een sterk staaltje eersteklas vakmanschap. Von Triestig. Onafgeborstelde kwaliteit. Muziek, dialogen en beelden die dwars door merg en been schuren.

Het is maar fictie, hé. Waarom moet ik mij verantwoorden dat ik niet vind dat Von Trier de grenzen van het fatsoen met zijn meesterwerk overschreed? Mannekes! Creativiteit van de geest. Symboliek. Uw hersenen een beetje aan het werk zetten. Is dat teveel gevraagd? Akkoord, Charlotje toonde zich niet van haar fraaiste kant. (Wat trouwens behoorlijk positief voor mijn zelfbeeld was.) Maar om zoveel keet te schoppen in een era waarin al wie ooit eens op café zat met de actuele killer van de grote media een forum krijgt... Pffft, dat is pas griezelig. Non-fictie-miserie uitsmeren ware het een vette laag choco op een boterham. Het smaakt mij niet.

Laat mij maar ronddolen in de bossen van Eden. Op eigen risico.