Deze post werd geschreven door gastblogger Menck van Mohow.
We hadden ons net een kwartier aan een stuk zitten bescheuren over Bart, een gemeenschappelijke vriend. Na wekenlang vruchteloos te hebben gesolliciteerd, werd hij afgelopen vrijdag dan toch ergens voor een tweede maal uitgenodigd voor wat ‘een verder gesprek’ heet. Bart was apetrots geweest toen hij het ons de donderdagavond voordien had verkondigd. De arme sukkel heeft het helaas verknald. Letterlijk. “De scheet, die ik écht niet meer kon bedwingen, was niet alleen lang en luid, maar helaas ook behoorlijk onwelriekend,” had hij ons de dag erop meegegeven.
“Laat me raden: hij heeft werk gevonden.”
Jeroen schudde zijn hoofd. “Nope. Erger.”
Ik lachte en schonk de rest van de Leffe in mijn glas.
“Laat horen.”
“Bart en Sofie hebben gisterennacht in allerijl naar de 100 moeten bellen.”
Ik wilde net een slok nemen, maar zette mijn glas weer neer.
“Echt of wat?” Dra zou er weer een grol volgen, dacht ik. Maar Jeroens blik werd ernstig.
“No kidding. Een behoorlijk gênante situatie, eigenlijk.”
“Niks ernstigs dus?”
“Nou, ik zou het toch niet willen meemaken, eerlijk gezegd.” Hij stak een nieuwe sigaret op en blies de rook naar het plafond.
“Ik luister.”
“Wel, die nacht waren Bart en Sofie van je-weet-wel-wattes aan het doen.”
“Jij bent me hier in het ootje aan het nemen, vriend. Geef toe.” Ik lachte luidop.
“Maar Menck, kijk naar me.” Jeroen hief zijn handen enigszins theatraal in een ‘ik geef me over’-gebaar naast zijn hoofd. “Ik ben de meest serieuze mens in heel deze staminee.”
“Sure. Maar oké, ik geloof je. Ze waren die nacht dus aan het vozen. Van wie kreeg jij die info trouwens?”
“Van Bart zelf. Ik zweer het je.”
“Waarom verwondert mij dat niet?” Ik hield een glas omhoog naar de serveerster en stak twee vingers op.
“Tijdens hun, eh, dolle rit ging het mis.”
“Tijdens?”
“Tijdens. Want Sofie liet Bart niet meer los. Ongewild, that is.”
“Wat voor zever is me dat?”
“Die zever heeft zelfs een naam: penis captivus.”
“Mag ik uit die niet mis te begrijpen naam afleiden dat…” Ik zweeg en keek Jeroen verwonderd aan.
Hij knikte. “Yep, zo is het. Nu, ik kende het ook niet. Maar naar wat ik vernam is het zo dat de penis tijdens het je-weet-wel-wattes in de vagina wordt vastgeklemd als gevolg van het onwillekeurig aanspannen van de spieren van de vagina-ingang.”
“Jeetje. Pijnlijke zaak, vermoed ik.”
“En dat niet alleen: no escape possible hè, maat.” Hij knikte gewichtig.
“Allez gij, dat is toch een kwestie van wachten tot, eh, de zaak verslapt, zeg maar?”
“Vergeet het. Hoe kan afgekneld bloed terugvloeien, denk je?”
Ik schudde mijn hoofd. “Had Bart gedronken toen hij je dit vertelde?”
“Nogal. Hij moest zich de nodige moed indrinken, vermoed ik.”
“Hoe hebben ze die twee losgekregen?”
“Met een spierverslappende spuit. Enfin, zo heb ik het toch begrepen.”
De dienster bracht twee nieuwe Leffe’s. Bart gaf haar een briefje en wachtte tot ze het wisselgeld uit haar voorschoot had opgedist. Hij knikte en glimlachte naar haar toen ze hem de muntstukken overhandigde.
“Weet je wat het…?” Jeroen begon te proesten. “Weet je wat het ergste aan heel die zaak was?”
“Zeg op.” Ik keek hem geamuseerd aan.
“Dat hun gsm beneden lag!” Hij gierde het ineens uit. Ook ik hield het niet meer. Ons bulderlachen overstemde de muziek en ontlokte gegrinnik tot vijf tafels verderop.








