26.4.08

Gif

Deze post werd geschreven door gastblogger Muggenbeet.

Iedere dag ben ik er meer en meer van overtuigd dat de groot hoop medemensen dom, doorslecht en ervan overtuigd is dat de wereld rond hun eigen gat draait. Elke dag stel ik vast dat mijn humeur aangetast wordt door anderen: hun onbeschoftheid, hun belerend vingertje, hun narcisme, of hun problemen die ze in mijn nek duwen. Is het niet op het werk, dan wel in mijn vrije tijd. Is het niet bij de buren dan wel op Facebook en consoorten. Ik begin dit grondig beu te worden en mijn eeuwige rust en kalmte zou ik wat graag inruilen voor een allesvernietigende mokerslag en een genadeloze mondiale indepanhakkerij. Ik wil ze opruimen, verhakselen en aan de beesten voederen. Losers, bol het af en verdwijn uit mijn leven! Vinger u desnoods dood.

Dit gezegd zijnde dient de dag zich veelbelovend aan. Alles is aanwezig om gelukkig te zijn. Hét moment om dit gastblogje een wat vrolijkere kant te laten opgaan.
Drie gastronomische vergissingen uit mijn jeugd die ik heb overleefd maar ongetwijfeld hun sporen hebben nagelaten (zie supra):

’s Nachts. Een irritante kriebelhoest. Vlakbij in de kast liggen warme snoepjes. Verzachtend voor de keel. In het duister neem ik een lekkere bol uit de zak…. Disgusting, bwaark. Mijn moeder vertelde ’s morgens dat ik een mottenbol “voor de kleren” tot mij had genomen. Alles behalve smakelijk. Mijn keel was meteen mottenvrij.

Op het college. De tijd van de stinkbommetjes. Aan de leerkracht vragen om een kapotte stylo in de vuilbak te mogen gooien maar van de gelegenheid gebruikmaken om er een stinkbom, gewikkeld in een verfrommeld kladpapiertje, mee in te werpen. Een walgelijke stank maar toch enorm lachen. Na de laatste bel plande ik een nieuwe aanslag. De glazen ampul, gevuld met H2S (denk aan rotte eieren), tussen mijn tanden gekneld, klaar voor gebruik. Waarom ik toen -onnodig- een bijtreflex kreeg, weet ik niet meer, maar gans het stinkend goedje liep in mijn mond. Een half uur lang heb ik zitten spuwen. Ik geloof dat mijn adem stonk.

’s Nachts bis. Een nog irritantere kriebelhoest. “De hoestfles staat op de vensterplank in de badkamer”. Een flinke slok genomen, in de veronderstelling dat hoe meer je drinkt hoe sneller de hoest zou overgaan. Manlief, slecht dat dat was! Aan de ontbijttafel leerde ik dat er een verschil was tussen een hoestsiroop en een Swarzkopf-shampoo tegen schilfertjes.

Zo zie je maar. Ons gestel kan veel meer verdragen dan we denken. Ik heb het allemaal overleefd en achteraf kon ik er eens goed mee lachen. De nieren en de lever deden prima werk. De chemische troep werd mooi opgeruimd. Vloeistoffen of mottenbollen, klein bier in vergelijking met mijn medemens. Gif dat in mijn kop blijft plakken. Mijn gemoed slaat tilt. Het eruit plassen gaat niet.

Je hoort er nog van. Op het net of in de krant.

Muggenbeet nodigt hierbij Patrick, Buffie en Evelien uit om op zijn blog te komen gastbloggen. Stuur hem een e-mail met jullie blogbericht.

8 opmerkingen:

Georgina zei

Dag Muggenbeet, bedankt dat je bij mij wou komen gastbloggen.
Je hebt de gelegenheid precies wel als uitlaatklep gebruikt.

[muggenbeet] zei

mijn "bagger" strooi ik liever niet uit op mijn eigen blog :-p maar het middenstukje vind ik toch leuk.

Georgina zei

Maar ja, het is zelfs zeer mooi.

Els zei

Vreselijke trauma's, maar hilarisch, zeg! Die mottenbal!

zapnimf zei

Het effect van oneigenlijk gebruik van vieze oneetbare pappekes is dat jij denkt dat je er niks aan overgehouden hebt. Wij, regelmatige lezers, vermoeden anders.

zeezicht zei

Amaai! Ik zou in jouw plaats toch maar even het licht aandoen de volgende keer. Wie weet wat je anders nog allemaal gaat proeven!

Frank zei

Toch zalig zo ne stinkbombries uit eigen mond?

Anoniem zei

good post!!thanks