22.1.08

Als de nood het hoogst is

Owee, wat hadden wij zaterdag brute pech in Rotterdam. Het hield niet op met regenen. Maar ik was niet meegekomen om mij lui op een hotelkamer op te sluiten. Dus trokken we na een middagdutje ter voorbereiding van de lange nacht die ons te wachten stond, de stad in. Voor een fikse wandeling. Met muts en regenscherm.
Na een tweetal uren waren we niet echt verdwaald maar het stadscentrum lag een eind weg. Geen horeca-zaken in de buurt. Tot een groezelig koffiehuisje met de uitnodigende naam Tweedy in het zicht kwam. “Hier wil je niet naar binnen”, zei Christophe. “Toch wel”, vond ik. Mijn voeten waren koud en nat. En ik moest dringend plassen.
Het interieur bestond uit gerecupereerd treinmeubilair en we kozen een zitplaats uit. Op de muur waren koningsblauwe marsmannetjes geschilderd. Ze lachten ons vriendelijk toe. Tanden bloot tot achter hun oren. Er speelde reggae en er hangde een waas van scherpe rook die mij vaag aan de Caraïben deed denken. Blijkbaar geldt er nog geen rookverbod voor tearooms in ons buurland. Maar de koffie was best wel lekker.

Geen opmerkingen: